De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld wegens het gedurende langere periodes plegen van ontuchtige handelingen met drie van zijn nichtjes, die toen nog geen twaalf jaar oud waren. Bij twee slachtoffers bestonden de handelingen mede uit seksueel binnendringen. De verklaringen van de inmiddels volwassen aangeefsters zijn door de rechtbank als betrouwbaar en geloofwaardig beoordeeld en vinden steun in andere bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van familieleden en WhatsApp-gesprekken.
De verdediging voerde aan dat de verklaringen onbetrouwbaar zijn door tijdsverloop, therapie en onderling contact, en dat er onvoldoende bewijs is. Deze verweren werden door de rechtbank verworpen. De rechtbank sprak verdachte vrij van het onderdeel dat de slachtoffers aan zijn zorg en waakzaamheid waren toevertrouwd, omdat geen aanwijzingen waren dat de ouders de zorg aan hem hadden overgedragen.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van vier jaren op, met aftrek van het voorarrest, waarbij rekening werd gehouden met de ernst van het misbruik, de kwetsbaarheid van de slachtoffers en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn ziekte van Parkinson. De vordering tot oplegging van een contactverbod werd afgewezen. Daarnaast werden schadevergoedingen toegekend aan de slachtoffers, vermeerderd met wettelijke rente en met gijzeling als dwangmiddel bij niet-betaling.