Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
1.[eiseres 1] ,
2.
[eiseres 2],
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
1.De procedure
- het tegen gedaagden verleende verstek.
2.De beoordeling
te verklaren voor recht dat de erfopvolging van de nalatenschap van [erflater] , overleden op [overlijdensdatum] 2022 te [plaats] , niet op grond van het wettelijke versterferfrecht plaatsvindt, maar op grond van de als productie 7 bij deze dagvaarding overgelegde conceptversie van het testament, waarbij voorts voor recht wordt verklaard dat:
de in artikel C.I.3 genoemde verwachting van [eiseres 2] effect sorteert, waardoor zij mede tot verwachter wordt aangemerkt;
[+nog nader door u op te geven]”.
++ OPTIE ++
+optie:- mevrouw[eiseres 2][…]”
Of erflater deze optie uiteindelijk daadwerkelijk in zijn testament opgenomen wilde zien, is onduidelijk. Concrete aanwijzingen daarvoor ontbreken. Eisers merken daarover alleen op dat [eiseres 2] een onderdeel vormde van het hechte gezin en dat erflater haar als zijn dochter zag. Daaruit volgt niet de wil van erflater.