Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
Rechtbank Oost-Brabant
De verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning vanwege een huurachterstand van ruim zeven maanden, die verder oploopt doordat de huurders zijn gestopt met betalen. De huurders betwisten de achterstand en stellen dat zij de huur hebben betaald en dat zij kosten voor reparaties hebben verrekend met de huur, wat zij echter onvoldoende onderbouwen.
De kantonrechter stelt vast dat de huurders tekort zijn geschoten in hun betalingsverplichting en dat de achterstand € 8.550,- bedraagt. De vordering tot betaling van de huurachterstand, wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten wordt toegewezen. Ondanks het woonbelang van de huurders en hun minderjarige kinderen, weegt het belang van de verhuurder zwaarder, mede omdat de huurders onvoldoende actie hebben ondernomen om andere woonruimte te vinden.
De kantonrechter wijst de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming toe, maar wijst het verzoek om zelf de ontruiming uit te voeren af. Tevens wordt schadevergoeding wegens huurderving toegewezen voor de periode dat de huurders het gehuurde na ontbinding blijven gebruiken. De huurders worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de achterstand, bijkomende kosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurders worden veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand, bijkomende kosten en proceskosten.