Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.Het verdere procesverloop
2.De feiten
“(…) De verwachting is dat het nader onderzoek aanstaande maandagochtend wordt afgerond, wat zou betekenen dat aanstaande maandagmiddag vanaf 12.00 uur een nader wederhoor kan plaatsvinden. (…)”.
3.De verdere beoordeling
“U verricht veelvuldig, althans meer dan één keer, althans één keer een klus in de tijd dat u werkzaamheden zou moeten verrichten voor [verweerder] , voor welke klus uw vrouw en/of u al dan niet via uw vrouw en/of een andere derde de omzet of een deel daarvan genereert”. [verweerder] omschrijft daarbij niet concreet op welke datum respectievelijk op welke data [verweerder] een klus voor zijn vrouw zou hebben gedaan en of het daarbij gaat om het éénmalig of meermaals uitvoeren van werkzaamheden voor haar. Voorts wordt niet vermeld om welke werkzaamheden het gaat en waaruit blijkt dat [verzoeker] deze werkzaamheden heeft verricht en/of op grond waarvan [verzoeker] dat niet is toegestaan. Dat geldt ook voor de overige in de brief genoemde redenen. De gemachtigde van [verzoeker] heeft terecht aangevoerd dat [verzoeker] hierdoor ernstig in zijn verweer is geschaad. Dat de gemachtigde van [verzoeker] heeft getracht om namens [verzoeker] zo goed als mogelijk verweer te voeren tegen het gegeven ontslag door uit de eerdere brieven van de gemachtigde van [verweerder] en uit de eerder met haar gevoerde gesprekken de dringende reden voor het ontslag te destilleren, maakt niet dat op 27 december 2023 voor [verzoeker] duidelijk was wat voor [verweerder] de (dringende) reden was voor het ontslag. Namens [verweerder] is tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij er bewust voor heeft gekozen om de ontslaggronden op een dergelijke algemene en niet nader geconcretiseerde wijze in de ontslagbrief te formuleren, omdat door [verzoeker] een rookgordijn was opgeworpen en het voor [verweerder] nog niet zeker was of de aan het adres van [verzoeker] gemaakte verwijten vast zouden komen te staan. Voorts heeft de gemachtigde van [verweerder] voor de feitelijke onderbouwing van de dringende redenen voor het ontslag nadrukkelijk verwezen naar haar pleitnota.
“Geachte heer [verzoeker] , Zoals overeengekomen wordt uw arbeidsovereenkomst aangepast. Jaarlijks zal er een vaste eindejaarsuitkering van € 100.000,- worden uitgekeerd. (…)”.Daarnaast heeft [verzoeker] een brief van 1 februari 2022 overgelegd (bijlage 35 bij akte) waarop staat vermeld dat [verweerder] , op basis van het resultaat over boekjaar 2020, aan [verzoeker] een bonus zal uitkeren van € 126.962,10 bruto voor zijn inzet voor [verweerder] . [verzoeker] stelt dat ook daaruit blijkt dat het gebruikelijk was dat aan hem jaarlijks een eindejaarsuitkering/bonus werd uitgekeerd. De eindejaarsuitkering over de boekjaren 2022 en 2023 is nog niet aan hem voldaan, zodat [verzoeker] nakoming van deze afspraak verzoekt en daarmee betaling van (in totaal) € 200.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en de wettelijke verhoging als bedoeld in artikel 7:625 BW Pro.
Stcrt.2015/12685) zijn daarvoor nadere regels gesteld (Ontslagregeling).
RAR2007/65).
(aanvulling kantonrechter: [F] )opdracht te geven om ten behoeve van een hypotheekaanvraag van het pand aan de [adres 1] een arbeidsovereenkomst op te stellen met als datum [datum] 2004, is deze stelling gemotiveerd door [verzoeker] betwist en is door [verzoeker] verklaard dat hij dit heeft gedaan in overleg met [A] . Daarnaast is door [verzoeker] ten aanzien van zijn stelling dat partijen zijn overeengekomen dat [verzoeker] jaarlijks aanspraak maakt op een eindejaarsuitkering van € 100.000,- geen beroep gedaan op deze aangepaste arbeidsovereenkomst, maar op de overeenkomst van 1 januari 2021 (bijlage 4 bij het verzoek). Ook op dit punt valt [verzoeker] derhalve geen verwijt te maken.
“het tweede dreigement was telefonisch (…) in het bijzijn van een collega van mij”, zonder daarbij een naam te noemen. Gelet op de gemotiveerde betwisting aan de zijde van [verzoeker] , is de kantonrechter van oordeel dat niet is komen vast te staan dat [verzoeker] een relatie heeft gehad met [M] dan wel dat [verzoeker] haar zou hebben bedreigd.