Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
2.De feiten
- [naam] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , roepnaam [A]
- [naam] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , roepnaam [B] .
3.Het verzoek
- de vader met ingang van de datum van het verzoekschrift voor onbepaalde tijd het recht op uitoefening van de zorg- en contactregeling met [A] en [B] te ontzeggen;
- de moeder voortaan alleen te belasten met het eenhoofdig gezag over [A] en [B] ;
- deze beslissingen uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4.De beoordeling
Gezag
Aanvankelijk was er sprake van een co-ouderschapsregeling. De moeder heeft deze in overleg met vader gestopt nadat de kinderen zeer zorgelijke signalen aan haar hadden afgegeven. De kinderen hebben haar verteld dat zij gedurende de zorgregeling vaak alleen waren, ook ’s nachts, zelf voor eten moesten zorgen, er een hond aanwezig was die [B] een paar keer heeft gebeten en dat vader niet bereikbaar was als zij hem nodig hadden. De kinderen moesten ook extreem vroeg in de auto om vanuit [woonplaats] op tijd op school in [woonplaats] te komen. Kortom, de kinderen zijn in die periode veel aan hun lot overgelaten en hebben verantwoordelijkheden van vader gekregen waar ze nog niet aan toe waren. Dat heeft ertoe geleid dat moeder op advies van de hulpverlening de kinderen bij zich heeft gehouden.
5.De beslissing
- [naam] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , roepnaam [A]
- [naam] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , roepnaam [B] ,
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.