ECLI:NL:RBOBR:2024:1180
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en te late beroepsgronden
Eiser heeft een WIA-uitkering aangevraagd, welke door het UWV is afgewezen omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Na een beroepsprocedure bij de rechtbank Oost-Brabant heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek van het UWV zorgvuldig was en dat de beperkingen van eiser adequaat waren vastgesteld.
Eiser had zijn beroepsgronden aanvankelijk ingediend, maar twee aanvullende gronden werden pas op de tiende dag voor de zitting ingediend. De rechtbank liet deze gronden buiten beschouwing omdat ze te laat waren en het UWV hierdoor niet adequaat kon reageren, wat strijdig is met de goede procesorde.
De rechtbank vond dat het UWV terecht had vastgesteld dat eiser slechts 2,38% arbeidsongeschikt was en dat hij in staat was om bepaalde functies te verrichten. De medische informatie ondersteunde geen zwaardere beperkingen dan door het UWV aangenomen. Daarom werd het beroep afgewezen en kreeg eiser geen recht op een WIA-uitkering of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.