ECLI:NL:RBOBR:2024:1005
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte in zaak poging doodslag met hamer in Eindhoven
Op 26 mei 2023 vond in Eindhoven een geweldsincident plaats waarbij het slachtoffer met een hamer op het hoofd en lichaam werd geslagen, wat leidde tot ernstige verwondingen. Verdachte en medeverdachte wezen elkaar aan als dader. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 12 voorwaardelijk, tegen verdachte voor medeplegen poging doodslag.
Tijdens de zittingen op 6 september 2023, 28 november 2023, 14 februari 2024 en 28 februari 2024 werd het bewijs onderzocht. De rechtbank concludeerde dat het niet wettig en overtuigend bewezen was dat verdachte de dader was of medepleger van het geweld. De verklaringen van het slachtoffer en getuigen wezen unaniem naar de medeverdachte als degene die met de hamer sloeg.
De rechtbank oordeelde dat er geen nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte was vastgesteld en dat verdachte geen duidelijke rol had in het geweldsincident. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlasteleggingen. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in schadevordering.