Uitspraak
Rechtbank oost-brabant
1.Procedure
- [Verzoeker] , in de personen van mevrouw [naam zorgdirecteur] (zorgdirecteur) en mevrouw
- namens de voorgestelde curator [voorgestelde curator professioneel] ;
- de heer [naam vader van betrokkene] en mevrouw [naam moeder van betrokkene] , de ouders van betrokkene (hierna: ouders) en mevrouw [naam zus van betrokkene] , de zus van betrokkene.
2.Feiten
3.Verzoek en verweer
- de beschikking van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Hasselt (België) te erkennen en de daarin uitgesproken staat van verlengde minderjarigheid, thans bewindvoering, gelijk te stellen aan de Nederlandse curatele;
- ten behoeve van betrokkene een bewind en een mentorschap in te stellen;
- ouders als curatoren te ontslaan;
- [voorgestelde bewindvoerder/mentor professioneel] te benoemen tot bewindvoerder en mentor.
4.Beoordeling
13 januari 2000, ook wel het Haags Volwassenenbeschermingsverdrag (hierna: het HVV), en bestaat er ruimte voor anticiperende toepassing van de bepalingen van dit verdrag. In het geval van betrokkene staat vast dat er sprake is van een meerderjarige, met de Belgische nationaliteit, woonachtig in Nederland, en dat zij niet in staat is om haar eigen belangen te behartigen. Zij is daarom in staat van verlengde minderjarigheid verklaard, wat per
1 september 2019 vanwege een wetswijziging is omgezet in een bewind naar Belgisch recht. De vraag is of dit Belgische bewind door de kantonrechter al dan niet moet worden erkend. De kantonrechter beantwoordt deze vraag bevestigend op grond van artikel 22 HVV Pro. Niet gesteld of gebleken is immers dat er sprake is van een grond om erkenning te weigeren.
De kantonrechter is namelijk, kort gezegd, van oordeel dat deze wijziging in de vertegenwoordiging in het belang is van betrokkene. De belangen van betrokkene kunnen naar het oordeel van de kantonrechter voldoende worden behartigd met een combinatie van een bewind en mentorschap. Deze minder verstrekkende maatregelen vormen een meer passende bescherming van betrokkene dan een (zwaardere) ondercuratelestelling. De kantonrechter komt tot deze conclusie om de volgende redenen.
nietin staat is om toestemming te geven als bedoeld in artikel 1:441 BW Pro. Dit betekent dat [voorgestelde bewindvoerder/mentor professioneel] in voorkomend geval machtiging moet vragen aan de kantonrechter. Daarnaast stelt de kantonrechter vast dat betrokkene
nietin staat is om de rekening en verantwoording op te nemen. Deze zal daarom door de kantonrechter op juistheid worden gecontroleerd.