ECLI:NL:RBOBR:2023:6116

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
18 december 2023
Publicatiedatum
5 februari 2024
Zaaknummer
C/01/399413 / JE RK 23-1669
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 29a lid 5 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling van minderjarige wegens onveilige opvoedsituatie en escalaties tussen ouders

De kinderrechter van de Rechtbank Oost-Brabant heeft op 18 december 2023 een beschikking uitgesproken tot ondertoezichtstelling van een minderjarige voor de duur van twaalf maanden. Dit besluit volgt op een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming vanwege ernstige bedreiging van de ontwikkeling van het kind. De minderjarige groeide op in een structureel onveilige opvoedsituatie door herhaalde escalaties tussen de ouders, waarbij ook overmatig alcoholgebruik en het betrekken van het kind bij volwassenenzaken een rol speelden.

Tijdens de procedure is de minderjarige gehoord en is een kindvriendelijke brief opgesteld waarin de beslissing en de redenen daarvoor zijn uitgelegd. De kinderrechter heeft vastgesteld dat vrijwillige hulpverlening in het verleden niet tot structurele verbetering heeft geleid en onvoldoende vertrouwen bestaat dat dit nu wel het geval zal zijn. Daarom is een gedwongen kader met een regievoerder noodzakelijk om de situatie te stabiliseren.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld. De kinderrechter benadrukt het belang van een stabiele en veilige opvoedsituatie voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van de minderjarige en wenst haar het allerbeste toe.

Uitkomst: De minderjarige wordt voor twaalf maanden onder toezicht gesteld wegens een ernstige bedreiging van haar ontwikkeling door een onveilige opvoedsituatie.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/01/399413 / JE RK 23-1669
Datum uitspraak: 18 december 2023

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling

in de zaak van

de RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, locatie [plaats] ,

hierna te noemen: de raad,
over

[naam] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[A] ,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna te noemen: (de) moeder,

[B] ,

wonende in [plaats] ,
hierna te noemen: (de) vader.
De kinderrechter merkt als informant aan:
de
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT, statutair gevestigd te [plaats] , vestiging [plaats] , hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI).

Het verloop van de procedure

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 4 december 2023.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 december 2023. Daarbij waren aanwezig:
  • [vertegenwoordiger] , namens de raad;
  • de vader;
  • de moeder;
  • [vertegenwoordiger] , namens de GI.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening over het verzoek gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
De kinderrechter heeft mondeling uitspraak gedaan op grond van artikel 29a, lid 5, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).

De feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
Ouders zijn sinds juli 2023 uit elkaar. De moeder is elders gaan wonen. [minderjarige] bleef bij haar vader wonen, tot 26 augustus 2023. Daarna heeft [minderjarige] een tijd in een pleeggezin verbleven. Sinds 3 november 2023 woont [minderjarige] bij haar moeder.

Het verzoek

De raad verzoekt – na wijziging van het verzoek tijdens de mondelinge behandeling - de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van twaalf maanden, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De beoordeling

Ondertoezichtstelling

De kinderrechter moet beoordelen of is voldaan aan de vereisten van de wet om [minderjarige] onder toezicht te stellen (artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek).
De kinderrechter moet ten eerste beoordelen of [minderjarige] ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Dat is het geval. Er zijn zorgen over de sociaal-emotionele ontwikkeling van [minderjarige] en haar basale zorg en veiligheid. [minderjarige] is opgegroeid in een structureel onveilige opvoedsituatie vanwege ruzies en geweld tussen de ouders en overmatig alcoholgebruik door de ouders. De ouders richtten hun boosheid ook op [minderjarige] . Daarnaast belastten de ouders [minderjarige] met volwassenenzaken, waardoor zij verantwoordelijkheden voelt die niet bij haar leeftijd passen.
Ten tweede moet de kinderrechter beoordelen of de zorgen over de ontwikkeling van [minderjarige] met vrijwillige hulpverlening, dus zonder ondertoezichtstelling, kunnen worden weggenomen. De kinderrechter heeft daar op dit moment onvoldoende vertrouwen in en licht dat als volgt toe. De ouders geven aan dat zij nu met beter met elkaar communiceren en het belang van [minderjarige] voorop willen stellen. Dat is een positieve ontwikkeling. Deze ontwikkeling is echter nog pril. Daar komt bij dat de ouders in de afgelopen jaren meerdere keren hulpverlening in het vrijwillige kader hebben gehad om de situatie van [minderjarige] te verbeteren, maar dat dit niet tot een structurele verbetering heeft geleid. De kinderrechter is daarom van oordeel dat een regievoerder in het gedwongen kader nodig is die heldere kaders stelt en ervoor zorgt dat de benodigde hulpverlening wordt ingezet, zodat kan worden toegewerkt naar een structureel stabiele en veilige opvoedsituatie voor [minderjarige] .
De kinderrechter heeft de verwachting dat de termijn van twaalf maanden nodig zal zijn om de ernstige ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] weg te nemen. De kinderrechter zal daarom [minderjarige] onder toezicht stellen voor de duur van twaalf maanden.
Brief aan [minderjarige]
De kinderrechter heeft de beslissing aan [minderjarige] uitgelegd in een aparte brief. Daarin is het volgende opgenomen.
Op 18 december 2023 heb ik met jou gesproken over de vraag van de Raad voor de Kinderbescherming om jou onder toezicht te stellen.
Zoals je weet, heb ik besloten om jou onder toezicht te stellen. Dat betekent dat iemand jouw papa en mama komt helpen om jouw situatie te verbeteren. Zo’n persoon heet een jeugdbeschermer. Ik zal uitleggen waarom ik de ondertoezichtstelling nodig vind.
Je vertelde mij dat het best goed met jou gaat. Je hebt veel meegemaakt de laatste tijd. Jouw ouders zijn uit elkaar gegaan, jouw papa en mama hebben allebei een nieuwe relatie en je hebt bij een pleeggezin gewoond waar het voor jou niet altijd even fijn was. Je vertelde mij ook dat papa en mama misschien wel wat hulp kunnen gebruiken. Bijvoorbeeld bij vaker ‘nee’ zeggen tegen jou en het aangeven van duidelijke grenzen. Verder vertelde je dat je niet verplicht wil worden om te praten over alles wat er is gebeurd. Je praat liever met een vriendin.
Jouw mening vind ik belangrijk en ook de mening van jouw ouders en de Raad voor de Kinderbescherming. Ik heb goed naar iedereen geluisterd. Net zoals de Raad voor de Kinderbescherming maak ik mij zorgen over dat jouw leven niet altijd even rustig is verlopen. Jouw ouders maakten weleens flink ruzie met elkaar en dat heb jij meegekregen. Daarnaast is het de afgelopen tijd ook erg onrustig geweest. Ik vind het voor jouw ontwikkeling belangrijk dat je stabiel en veilig kan opgroeien. Jouw papa en mama kunnen hierbij extra hulp gebruiken. Dat is de reden voor de ondertoezichtstelling. De ondertoezichtstelling zal een jaar duren, tot 18 december 2024.
Dit heb ik ook in de uitspraak opgeschreven, zodat papa en mama weten wat ik jou heb geschreven.
Ik wens jou het allerbeste voor de toekomst.

De beslissing

De kinderrechter:
stelt [minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Brabant voor de duur van twaalf maanden, met ingang van 18 december 2023 tot 18 december 2024;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2023 door mr. G. Aarts, kinderrechter, in aanwezigheid van de griffier, en op schrift gesteld op 29 december 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.