Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.Inleiding: onderzoek Deaf
2.Het onderzoek ter terechtzitting
3.De beschuldigingen in de tenlastelegging
4.De formele voorvragen
5.Beslissingen over het bewijs
6.De bewezenverklaring
7.De strafbaarheid van de feiten en van verdachte
8.Het bepalen van de straf en/of maatregel
9.De vordering van de benadeelde partijen
- € 500,00 (eigen risico verzekering);
- € 7.216,21 (zitmaaier);
- € 34,74 (schroevendraaierset);
- € 975,01 (accuschaar);
- € 90,94 (Axaflex security).
10.Voorlopige hechtenis
11.Toepasselijke wetsartikelen
gevangenisstrafvoor de duur van
12 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht,
waarvan 6 maanden voorwaardelijken een proeftijd van 2 jaren.
wijst afhet verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis.
niet-ontvankelijkis in de vordering tot schadevergoeding en veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
niet-ontvankelijkis in de vordering tot schadevergoeding en veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
niet-ontvankelijkis in de vordering tot schadevergoeding en veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
wijstde vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk
toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 4] , van een bedrag van
1.479,75 euro, bestaande uit materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 februari 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.
legtaan de verdachte
opde verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 4] , van een bedrag van 1.479,75 euro en bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 24 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag bestaat uit materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 februari 2022 tot aan de dag der algehele voldoening. Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.
niet-ontvankelijkis in de vordering tot schadevergoeding en veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
wijstde vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk
toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 6] , van een bedrag van
500,00 euro, bestaande uit materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.
legtaan de verdachte
opde verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 6] , van een bedrag van 500,00 euro en bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 10 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag bestaat uit materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.