ECLI:NL:RBOBR:2023:5886
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen gebiedsverbod met last onder dwangsom
Verzoeker is door de burgemeester meerdere keren een gebiedsverbod opgelegd vanwege terugkerende overlast en verstoring van de openbare orde in een specifiek gebied. Na overtredingen van eerdere gebiedsverboden heeft de burgemeester op 7 november 2023 een nieuw gebiedsverbod met een hogere last onder dwangsom opgelegd. Verzoeker en zijn bewindvoerder hebben bezwaar gemaakt tegen dit besluit en eerdere besluiten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de bewindvoerder geen belanghebbende is en dat het bezwaar tegen eerdere besluiten niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van een tijdig bezwaar. Het bezwaar tegen het besluit van 7 november 2023 en het wijzigingsbesluit van 16 oktober 2023 is wel ontvankelijk.
Verzoeker stelt dat het gebiedsverbod en de last onder dwangsom zijn ingrijpend vanwege zijn schuldsaneringstraject en psychische gesteldheid. De voorzieningenrechter vindt echter geen spoedeisend belang omdat verzoeker zich tot nu toe aan het gebiedsverbod houdt en toekomstige overtredingen onzeker zijn. Ook is er geen sprake van een evident onrechtmatig besluit. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
De voorzieningenrechter benadrukt dat de last onder dwangsom een geschikt middel is om herhaling van overtredingen te voorkomen, ongeacht de financiële draagkracht van verzoeker. De uitspraak is bindend voor de voorlopige fase en laat de bodemprocedure onverlet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het gebiedsverbod met last onder dwangsom wordt afgewezen.