Uitspraak
01.007357.22tenlastegelegd dat:
01.003209.22tenlastegelegd dat:
01.004226.22tenlastegelegd dat:
01.215713.22tenlastegelegd dat:
01.032794.23tenlastegelegd dat:
01.338256.22tenlastegelegd dat:
01.001165.23tenlastegelegd dat:
03.260743.21tenlastegelegd dat:
01.307860.22tenlastegelegd dat:
- ten aanzien van feit 2 in de zaak met parketnummer 01.004226.22: de officier van justitie verzoekt de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren dan wel de dagvaarding voor dit feit nietig te verklaren;
- ten aanzien van feit 2 in de zaak met parketnummer 01.007357.22: verdachte dient partieel te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde onderdeel ‘bedreiging met verkrachting en/of enig misdrijf tegen het leven gericht’;
- ten aanzien van feit 3 in de zaak met parketnummer 01.338256.22: met betrekking tot het onderdeel ‘slaan in het gezicht’ refereert de officier van justitie zich aan het oordeel van de rechtbank; en
- ten aanzien van feit 1 in de zaak met parketnummer 01.001165.23: de dagvaarding dient ten aanzien van het onderdeel ‘vernielen, beschadigen, onbruikbaar maken en/of wegmaken van de deuren en een of meerdere auto’s van [slachtoffer 3] en/of [bedrijf 3] ’ nietig te worden verklaard.
- ten aanzien van feit 2 in de zaak met parketnummer 01.00426.22: verdachte dient te worden vrijgesproken;
- ten aanzien van feit 2 in de zaak met parketnummer 01.004226.22: de verdediging verzoekt de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklarende nu dit feit hetzelfde feitencomplex omvat als in de zaak met parketnummer 01.007352.22;
- ten aanzien van feit 1 in de zaak met parketnummer 01.001165.23: verdachte dient te worden vrijgesproken voor het onderdeel ‘vernielen, beschadigen, onbruikbaar maken en/of wegmaken van de deuren van [slachtoffer 3] en/of [bedrijf 3] en de nietigverklaring van de dagvaarding ten aanzien van het onderdeel ‘een of meerdere auto’s van [slachtoffer 3] ”. Daarnaast dient verdachte te worden vrijgesproken van de ten laste gelegde vernielingen van de lamp van [slachtoffer 9] en de auto van [slachtoffer 9] en/of [bedrijf 2] ;
- ten aanzien van feit 2 in de zaak met parketnummer 01.001165.23: verdachte dient partieel te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde ‘bijten van [slachtoffer 3] ’ op 20 november 2022;
- ten aanzien van feit 1 in de zaak met parketnummer 01.338256.22: verdachte dient te worden vrijgesproken;
- ten aanzien van feit 3 in de zaak met parketnummer 01.338256.22: verdachte dient partieel te worden vrijgesproken van het onderdeel ‘in het gezicht slaan van [slachtoffer 3] ’;
- ten aanzien van feit 4 in de zaak met parketnummer 01.338256.22: de verdediging merkt op dat [slachtoffer 7] een groot aandeel heeft gehad in de ten laste gelegde mishandeling en is van mening dat dit in de straf verdisconteerd dient te worden;
- ten aanzien van feit 5 in de zaak met parketnummer 01.338256.22: verdachte dient te worden vrijgesproken; en
- feit 2 in de zaak met parketnummer 03.260743.21: verdachte dient te worden vrijgesproken.
parketnummer 01.007357.22:
met het oogmerk die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , te dwingen iets te doen en/of vrees aan te jagen.
parketnummer 01.003209.22:
parketnummer 01.004226.22:
parketnummer 01.215713.22:
parketnummer 01.032794.23:
parketnummer 01.338256.22:
met het oogmerk die [slachtoffer 3] , te dwingen iets te doen te dulden en/of vrees aan te jagen.
parketnummer 01.001165.23:
die aan [bedrijf 3] , [slachtoffer 8] , [slachtoffer 9] toebehoorde(n) heeft vernield.
parketnummer 03.260743.21:
parketnummer 01.307860.22:
gevangenisstrafvoor de duur van
329 dagenmet aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht (door de rechtbank vastgesteld op 329 dagen).
gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregelals bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht.
toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 10] , van een bedrag van
1.000,00 euro, bestaande uit materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 juni 2021 tot aan de dag der algehele voldoening.
opde verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 10] , van een bedrag van 1.000,00 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 20 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 3] , van een bedrag van
4.104,59 euro, bestaande uit 254,59 euro materiële schadevergoeding en 3.850,00 euro immateriële schadevergoeding. De materiële schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 november 2022 tot aan de dag der algehele voldoening. De immateriële schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 maart 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.
opde verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 3] , van een bedrag van 4.104,59 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 50 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
niet-ontvankelijkis in de vordering tot schadevergoeding.
toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 11] , van een bedrag van
500,00 euro, bestaande uit immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 juli 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.
opde verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 11] , van een bedrag van 500,00 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 10 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
niet-ontvankelijkis in de vordering tot schadevergoeding.
niet-ontvankelijkis in de vordering tot schadevergoeding.
toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 7] , van een bedrag van
621,10 euro, bestaande uit 371,10 euro materiële schadevergoeding en 250,00 euro immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 december 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.
opde verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 7] , van een bedrag van 621,10 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 12 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.