2.3.Verdeling zorg- en opvoedingstaken
2.3.1.De man heeft verzocht een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast te stellen, in die zin dat [naam minderjarige] de ene week bij de man verblijft en de andere week bij de vrouw, althans een regeling die de rechtbank juist acht.
2.3.2.De vrouw heeft zich daartegen verweerd en heeft de rechtbank verzocht om te bepalen dat de omgang zal zijn elke zaterdag van 12.00 uur tot 18.00 uur.
Rechtsmacht en toepasselijk recht
2.3.3.Nu de gewone verblijfplaats van de minderjarige in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar het recht van Nederland te beslissen op het verzoek tot vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
.
De verwijzing naar het uniform hulpaanbod.
2.3.4.Tijdens de zitting van 18 augustus 2023 is met partijen besproken dat de rechtbank de beslissing over de zorgregeling zal aanhouden. De aanhouding is bedoeld om partijen deel te laten nemen aan het hulptraject Ouderschap Blijft. Daarbij gelden de voorwaarden die ter zitting met partijen zijn besproken.
2.3.5.Met deze verwijzing naar een hulptraject uit het uniforme hulpaanbod wil de rechtbank ervoor zorgen dat de belasting die de minderjarige [naam minderjarige] heeft door de echtscheidingsproblemen van de ouders, snel minder wordt. Daarvoor is nodig dat ouders hulp krijgen en het liefst op korte termijn. Wanneer blijkt dat ook met deze hulp de problemen niet goed genoeg opgelost kunnen worden, dan zal de raad bekijken wat er nog meer nodig is voor [naam minderjarige] . Met deze beschikking zorgt de rechtbank ervoor dat dit (het hulpaanbod en een eventueel raadsonderzoek) één aaneengesloten traject is. Voor deze zaak betekent dit concreet het volgende.
2.3.6.Het hulptraject zal uitgevoerd gaan worden door hulpaanbieder [naam] . De bedoeling van het hulptraject is dat door partijen gewerkt wordt aan het behalen van de volgende doelen:
* ouders maken keuzes die het conflict verminderen en dragen daar hun verantwoordelijkheid voor;
* ouders dragen er zorg voor het kind met beide ouders onbelast contact kan hebben;
* ouders kunnen weer de regie nemen over hun ouderschap waarbij de behoeften en de noden van het kind centraal staan.
2.3.7.De rechtbank zal deze beschikking doorsturen naar [naam] die het traject zal uitvoeren.
2.3.8.De rechtbank verzoekt deze hulpaanbieder om uiterlijk op 28 juni 2024, of zoveel eerder als mogelijk is, bij de rechtbank de eindrapportage over het verloop van Ouderschap Blijft in te dienen.
2.3.9.De rechtbank zal de advocaten van partijen daarna in de gelegenheid stellen op de eindrapportage binnen een termijn van twee weken te reageren en daarbij aan te geven of, en zo ja, waarom zij een nieuwe zitting nodig vinden.
2.3.10.Indien het hulptraject niet heeft geleid tot een positief resultaat verzoekt de rechtbank de hulpaanbieder de eindrapportage niet alleen aan de rechtbank, maar ook naar de raad, [locatie] , te sturen. Aan de hand van de eindrapportage zal de raad bekijken of er een raadsonderzoek noodzakelijk is. De raad wordt verzocht om binnen twee weken na ontvangst van de eindrapportage de rechtbank te laten weten of een raadsonderzoek noodzakelijk is. Wanneer de raad een raadsonderzoek noodzakelijk vindt, zal dit vervolgens door de raad uitgevoerd worden. Binnen drie maanden dient de raad over dit onderzoek een raadsrapport bij de rechtbank in te dienen.
2.3.11.De rechtbank zal na ontvangst van de informatie van de raad in het roljournaal de voortgang van de procedure vermelden. Wanneer partijen geen advocaat hebben, zal de rechtbank partijen op een andere manier informeren.
2.3.12.Deze beschikking geldt meteen als opdracht aan de raad om een onderzoek te verrichten indien het traject niet positief wordt afgesloten én de raad dat onderzoek noodzakelijk vindt.
2.3.13.Voor het geval de raad zal overgaan tot een raadsonderzoek, verzoekt de rechtbank de raad de volgende vragen in het raadsonderzoek te betrekken en te beantwoorden:
Welke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken door de ouders komt het meest tegemoet aan de belangen van [naam minderjarige] ?
Hoe dient de regeling qua aard, duur en frequentie vorm gegeven te worden?
2.3.14.Na ontvangst van de eindevaluatie, de reacties van partijen daarop en berichtgeving van de raad na een niet positief verlopen traject, zal het verdere verloop van de procedure worden bepaald. Indien de raad besluit tot raadsonderzoek, zal de raad daartoe direct overgaan zonder nadere zitting. Partijen dienen er rekening mee te houden dat als uitgangspunt geldt dat ook overigens geen nadere zitting volgt, omdat de zaak al inhoudelijk op zitting is besproken en de standpunten van partijen bij de rechtbank bekend zijn. Indien de rechtbank zich op basis van de eindevaluatie en/of het rapport raadsonderzoek en/of de schriftelijke reacties van de advocaten van partijen daarop voldoende voorgelicht acht om een (eind)beschikking te wijzen, zal dan ook geen nadere zitting volgen. Indien partijen een nadere zitting nodig vinden, dienen zij bij hun reactie op de eindevaluatie en/of het rapport raadsonderzoek dit gemotiveerd te verzoeken. De rechtbank zal vervolgens beslissen over het verdere verloop van de procedure. De rechtbank kan beslissen dat er dan direct een beschikking komt of dat er nog een zitting wordt gepland. Daarom wordt de zaak nu eerst tot een pro forma zitting aangehouden.