ECLI:NL:RBOBR:2023:5012
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en toekenning van planschadevergoeding na opvolgende planologische regimes
In deze bestuursrechtelijke zaak vordert eisers een hogere tegemoetkoming in planschade voor hun woning na twee opvolgende planologische wijzigingen. Het college had aanvankelijk een bedrag van €27.200 toegekend, maar verklaarde later de bezwaren ongegrond. De rechtbank oordeelde in een tussenuitspraak dat het college tekort was geschoten in de motivering en de waardering van het planologisch nadeel.
De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB) werd ingeschakeld om de waardevermindering te bepalen. De StAB concludeerde dat de eerste wijziging leidde tot een waardevermindering van €65.000 en de tweede tot €25.000, waarbij het normaal maatschappelijk risico respectievelijk 3% en 4% bedroeg. De rechtbank volgde het StAB-rapport en stelde de vergoeding na aftrek van het risico vast op €32.350.
Het college had betoogd dat de milieueffectrapportage geen toename van verkeersbelasting liet zien, maar de rechtbank volgde de StAB in haar oordeel dat er sprake was van een gering nadeel. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, herroept het primaire besluit en legt het college op het vastgestelde bedrag te vergoeden met wettelijke rente.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank het college tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers, inclusief een redelijke vergoeding voor deskundigenkosten in de bezwaarfase. De uitspraak vervangt het vernietigde besluit en is openbaar uitgesproken op 20 oktober 2023.
Uitkomst: De rechtbank stelt de planschadevergoeding vast op €32.350,00 met wettelijke rente en veroordeelt het college tot betaling van griffierecht en proceskosten.