ECLI:NL:RBOBR:2023:4601
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting garagebox op grond van artikel 13b Opiumwet
Verzoeker, eigenaar van een garagebox die door de burgemeester voor 12 maanden werd gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet, verzocht om een voorlopige voorziening tegen dit besluit. De sluiting volgde op een politieactie waarbij drugs en productieartikelen in de garagebox werden aangetroffen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om een voorlopige voorziening alleen kan worden toegewezen bij onverwijlde spoed. Verzoeker stelde dat hij de garagebox nodig had voor opslag bij een bouwproject en dat sluiting financiële schade zou veroorzaken. Echter, er werd vastgesteld dat er geen acute financiële nood was en dat het belang van verzoeker vooral financieel van aard was.
Daarnaast werd overwogen dat verzoeker rekening had moeten houden met de mogelijkheid van handhaving door de burgemeester. Er waren geen ernstige twijfels over de rechtmatigheid van het besluit, zodat ook geen voorlopige voorziening kon worden getroffen op grond van evident onrechtmatigheid.
De voorzieningenrechter wees het verzoek af, waardoor de burgemeester het besluit tot sluiting mag uitvoeren. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de sluiting van de garagebox wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en geen evident onrechtmatig besluit.