Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
2.De beoordeling in het incident
3.De beslissing
9 augustus 2023,
6 september 2023voor conclusie van antwoord aan de zijde van [gedaagde] .
Rechtbank Oost-Brabant
In deze civiele zaak vordert eiseres schadevergoeding wegens letsel opgelopen tijdens een rijles, veroorzaakt door een paard. Gedaagde, eigenaar van het paard, stelt dat de vennootschap onder firma (vof) en haar vennoten aansprakelijk zijn omdat het paard bedrijfsmatig werd gebruikt. Daarnaast vordert gedaagde vrijwaring tegen twee andere partijen die mogelijk aansprakelijk zouden zijn.
De rechtbank overweegt dat de vordering tot vrijwaring tegen de vof en haar vennoten toewijsbaar is, omdat de stellingen van gedaagde hiervoor voldoende grond bieden. Ten aanzien van de andere twee partijen is onvoldoende gesteld om een verplichting tot vrijwaring aan te nemen; het feit dat één partij het paard bereden had en de andere partij het paard ná het incident kocht, vormt geen rechtsgrond voor vrijwaring.
De rechtbank wijst daarom de vordering tot vrijwaring tegen deze twee partijen af. Verder wordt bepaald dat geen van de partijen in het incident in het ongelijk wordt gesteld en dat ieder zijn eigen proceskosten draagt. De zaak wordt voortgezet met een nieuwe rolzitting voor conclusie van antwoord van gedaagde.
Uitkomst: De rechtbank staat vrijwaring toe voor de vof en haar vennoten, maar wijst de vordering tegen twee andere partijen af.