ECLI:NL:RBOBR:2023:3107
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep WIA-uitkering
Verzoekster had beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar WIA-uitkering te beëindigen per 15 juni 2021, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op minder dan 35%. Tijdens de procedure wijzigde het UWV haar standpunt en besloot dat verzoekster recht heeft op een WGA-vervolguitkering met een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%, en dat zij vanaf 1 juni 2022 recht heeft op een IVA-uitkering vanwege verslechterde medische situatie.
Naar aanleiding van deze wijziging trok verzoekster haar beroep in en verzocht het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank oordeelde dat het UWV aan het beroep tegemoet was gekomen en verleende de proceskostenveroordeling conform artikel 8:75a Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De rechtbank stelde de proceskosten vast op € 837,- voor rechtsbijstand en wees erop dat het UWV ook het griffierecht van € 49,- aan verzoekster moet vergoeden. De uitspraak werd gedaan door rechter Schuurman-Kleijberg op 23 juni 2023.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster van € 837,-.