Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs.
feiten 1 t/m 9) bestaande uit het in verschillende perioden seksueel binnendringen van zowel zijn dochter [slachtoffer 1] als [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] , het plegen van ontucht met hen en het seksueel corrumperen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] . Daarnaast wordt verdachte beschuldigd van het heimelijk opnemen van communicatie met een technisch hulpmiddel (
feit 10).
feit 1) als daarna (
feit 2) heeft plaatsgevonden. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat het al plaatsvond toen zij nog op de basisschool zat en dat zij zich dit herinnert omdat haar vriendinnetje [persoon 2] daar een keer bij was en zij [persoon 2] na de basisschool niet meer zag. Hiermee maakt [slachtoffer 1] haar verklaring specifiek en herleidbaar. Ook volgt het uit hetgeen [slachtoffer 1] verklaart over wat ze weet van wat er gebeurd zou zijn met [slachtoffer 4] . [slachtoffer 1] verklaart dat zij ongeveer 10 jaar was toen ze [slachtoffer 4] hoorde zeggen dat verdachte aan haar ( [slachtoffer 4] ’s) spleetje had gezeten. Dit sluit aan bij de aangifte betreffende [slachtoffer 4] van seksueel misbruik in augustus 2015.
feit 9 primair) door zijn vingers tussen de schaamlippen te duwen/brengen en met zijn handen/vingers over de vagina/schaamlippen/schaamstreek van [slachtoffer 4] te gaan, terwijl zij in de tent in de tuin van verdachte aan het logeren was. [slachtoffer 4] was op dat moment 7 jaar oud. De verklaring van [slachtoffer 4] is gedetailleerd en consistent en wordt daarom betrouwbaar geacht. De verklaring van [slachtoffer 4] wordt ondersteund door de aangifte van de moeder van [slachtoffer 4] en door hetgeen de moeder van [slachtoffer 4] en [slachtoffer 1] verklaren over het gesprek dat kort erna in de tuin plaatsvond. Tijdens dit gesprek vertelde [slachtoffer 1] dat hetzelfde haar ook overkomen was.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
- een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren;
- oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling (TBS) met dwangverpleging; en
- oplegging van een gedragsbeïnvloedende- en vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht.