Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Parketnummer vordering: 01.280903.20
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
althans woorden van gelijke aard en/of strekking;
heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad.
De vordering na voorwaardelijke veroordeling.
De formele voorvragen.
Bewijs
Op 20 en 23 oktober 2022 bevindt verdachte zich bij de voordeur van aangeefster.
De bewezenverklaring.
met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen en/of te dulden;
heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en maatregel.
De vordering van de benadeelde partij mevrouw [slachtoffer] .
Toepasselijke wetsartikelen.
- 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 139h, 284, 285b van het Wetboek van Strafrecht;
- 1a, 2, 6 van de Wet op de economische delicten;
- 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer; en
- 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit.