Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
De bewijsbeslissing.
waaromde cryptodata in de zaak van verdachte niet betrouwbaar moet worden geacht. Niet is onderbouwd dat de onderhavige cryptoberichten onjuist of onvolledig zijn weergegeven in het procesdossier. Verdachte heeft zich gedurende zijn strafproces op zijn zwijgrecht beroepen. Verdachte heeft de inhoud van de berichten die door het openbaar ministerie aan hem worden toegeschreven dan ook op geen enkele wijze in twijfel getrokken. De rechtbank merkt hierbij nog op dat de verdediging niet hoeft te bewijzen dat dat er fouten zijn gemaakt bij de verkrijging van de cryptodata, maar zij dient wel concrete aanknopingspunten over het voetlicht te brengen waarom de inhoud van de data in onderzoek 26Alston onjuist of onvolledig is.
Per feit zal worden beoordeeld of sprake is van voldoende wettig bewijs. Hiervan is niet alleen sprake als een dergelijk geschrift (cryptobericht) wordt ondersteund door een ander soort bewijsmiddel. Ook twee of meer van dergelijke geschriften kunnen tezamen voldoende wettig bewijs opleveren.
Vanaf de dag van zijn invrijheidstelling had hij een cryptotoestel in bezit en coördineerde hij de opzet van productielocaties en de aanschaf van de hiervoor benodigde hardware en chemicaliën. Hij overlegde hierover direct met [medeverdachte 1] , waarbij [medeverdachte 1] bij de beoordeling van wat er nodig is, afging op de ervaring en deskundigheid van [medeverdachte 4] . [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] waren, onder aansturing van [medeverdachte 4] , betrokken bij het opzetten van productielocaties en het aanschaffen van de hiervoor benodigde spullen. Uit de bekend geworden kostenoverzichten blijkt dat grote geldbedragen zijn geïnvesteerd in het opzetten van productielocaties.
De bewezenverklaring.
terwijl hij wist, dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf, terwijl hij, verdachte, en zijn mededaders daarvan een gewoonte hebben gemaakt;
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf.
Beslag.
Voorlopige hechtenis.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
onder feit 1 en feit 6en meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en
spreekt hem daarvan vrij.
het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, 10a en 11 Opiumwet
medeplegen van gewoontewitwassen
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod
gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren met aftrekovereenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht
verbeurdverklaringvan het inbeslaggenomen goed, te weten: