ECLI:NL:RBOBR:2023:2034
Rechtbank Oost-Brabant
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens ontbreken feiten voor partijdigheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. M. van den Brink, rechter in de rechtbank Oost-Brabant, kort voor de mondelinge behandeling van zijn zaak tegen de ontvanger van de Belastingdienst. Hij stelde dat de rechter vooringenomen was en zijn rechten wilde ontnemen door middel van fictieve noodbevelen en aanslagen.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek op grond van artikel 36 Rv Pro en concludeerde dat verzoeker geen concrete feiten of omstandigheden had aangevoerd die een aanwijzing voor partijdigheid van de rechter vormden. Ook de schijn van partijdigheid was niet aannemelijk gemaakt.
De wrakingskamer besloot het verzoek zonder zitting ongegrond te verklaren omdat het verzoek geen betrekking had op de met de zaak belaste rechter en er geen reden was voor een mondelinge behandeling. De beslissing werd op 15 februari 2023 in openbaar uitgesproken en is niet vatbaar voor beroep.
Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen rechter wordt afgewezen wegens ontbreken van feiten die partijdigheid aantonen.