In deze zaak staat centraal of de werkgever Orion Engineering B.V. de uitzendovereenkomst met de werknemer mocht beëindigen terwijl deze ziek was. Partijen zijn het oneens over de vraag of sprake is van een uitzendovereenkomst met een uitzendbeding. De arbeidsovereenkomst bevat een uitzendbeding dat bepaalt dat de overeenkomst van rechtswege eindigt als de terbeschikkingstelling door de inlener wordt beëindigd.
De werknemer werd ziek gemeld op 17 oktober 2022 en kreeg op 19 oktober 2022 bericht dat de opdracht bij Neways was beëindigd en daarmee ook de arbeidsovereenkomst. De werknemer betwistte de rechtsgeldigheid van de beëindiging en stelde dat het opzegverbod tijdens ziekte van toepassing was. De werkgever stelde dat de beëindiging rechtsgeldig was omdat de inlener de opdracht had beëindigd, hetgeen een beëindiging van rechtswege tot gevolg heeft.
De rechtbank volgt de recente Hoge Raad-uitspraak (ECLI:NL:HR:2023:426) dat het opzegverbod tijdens ziekte niet geldt voor beëindiging van een uitzendovereenkomst in fase A door beëindiging van de terbeschikkingstelling op verzoek van de inlener. De beëindiging is dan geen opzegging maar een einde van rechtswege. De rechtbank oordeelt dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd per 19 oktober 2022.
De primaire vorderingen van vernietiging van de opzegging, herstel van de arbeidsovereenkomst en doorbetaling van loon worden afgewezen. Subsidiair wordt een restant-transitievergoeding van €13,98 bruto toegewezen. De billijke vergoeding wordt afgewezen wegens gebrek aan ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. De werknemer wordt veroordeeld tot terugbetaling van loon over de periode na beëindiging van de overeenkomst, en de proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen.