Op 14 juni 2021 reed verdachte met een motorfiets op de Leenderweg te Eindhoven met een snelheid van ten minste 101 km/uur, waar 50 km/uur was toegestaan. Tijdens het rijden maakte hij een zogenaamde 'wheelie', waarbij het voorwiel van de motorfiets enige tijd van de grond was. Door dit gevaarlijke rijgedrag raakte verdachte een overstekende fietser, die hierdoor zwaar lichamelijk letsel opliep, waaronder een fractuur in een nekwervel en een open botbreuk in het linker onderbeen.
De rechtbank stelde vast dat verdachte zich zeer onvoorzichtig en onoplettend had gedragen, wat een aanmerkelijke schuld opleverde. Hoewel de verdediging betwistte dat verdachte zo hard reed en een wheelie maakte, werden deze feiten door getuigenverklaringen en technische analyses bevestigd. Het ongeval vond plaats op een bekende oversteekplaats in een stedelijke omgeving, waar verdachte onvoldoende aandacht had voor het overige verkeer.
De rechtbank verwierp het verwijt van roekeloosheid zoals door de officier van justitie gesteld, omdat niet was vastgesteld dat verdachte een aaneengesloten reeks ernstige verkeersovertredingen had begaan. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte ernstige schuld had. Gelet op de ernst van het letsel en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn eigen ernstige verwondingen, legde de rechtbank een taakstraf van 180 uren op, een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaar en een onvoorwaardelijke rijontzegging van achttien maanden.