Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.1. De procedure
2.De feiten
Het verzoek
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
Verzoeksters, bestaande uit meerdere zustervennootschappen binnen de [X]-groep, hebben een verklaring ex artikel 370 lid 3 Faillissementswet Pro gedeponeerd en verzocht om een afkoelingsperiode van vier maanden, verbindend voor hen en hun aandeelhouders, alsmede de benoeming van een herstructureringsdeskundige.
De rechtbank stelt vast dat verzoeksters in een situatie verkeren waarin het redelijkerwijs aannemelijk is dat zij hun schulden niet kunnen voldoen zonder herstructurering. De ondernemingen hebben een stormachtige groei doorgemaakt met problemen in de supply chain en margedruk door stijgende kosten. Liquiditeitsprognoses tonen aan dat zij hun lopende verplichtingen kunnen voldoen, maar dat toekomstige insolventie dreigt zonder herstructurering.
De rechtbank acht de afkoelingsperiode noodzakelijk om de bedrijfsvoering voort te zetten tijdens de akkoordvoorbereiding en oordeelt dat de belangen van schuldeisers en derden met zekerheidsrechten niet wezenlijk worden geschaad. Tevens wordt een herstructureringsdeskundige benoemd, mr. J.A. van der Meer, die binnen vier weken verslag moet uitbrengen over de voortgang.
De beschikking bepaalt dat gedurende de afkoelingsperiode derden niet zonder toestemming van de rechtbank verhaal kunnen nemen op goederen van verzoeksters of hun aandeelhouders. Ook worden verzoeken tot faillietverklaring of surséance van betaling geschorst. De kosten van de herstructureringsdeskundige komen voor rekening van verzoeksters.
Uitkomst: Verzoek tot afkoelingsperiode en benoeming herstructureringsdeskundige wordt toegewezen voor vier maanden.