Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 februari 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente Helmond, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
4 oktober 2021 en nogmaals verzocht om binnen één week (alsnog) schriftelijk te reageren.
e-mail) bezwaar heeft gemaakt. Op grond van artikel 236, tweede lid, van de Gemeentewet, gelezen in combinatie met artikel 30, negende lid, Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) eindigde de termijn om uitspraak te doen op 31 december 2020. De termijn is verstreken en verweerder heeft geen uitspraak op het bezwaar gedaan. Eiseres heeft verweerder op 22 februari 2021 (per e-mail) en 24 februari 2021 (per aangetekende post) in gebreke gesteld en heeft meer dan twee weken daarna, te weten op 16 september 2021, (digitaal) beroep ingesteld.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van het besluit;
- draagt verweerder op, voor zover nog niet is beslist , alsnog een uitspraak op het bezwaarschrift van eiseres te nemen binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak;
- stelt vast dat verweerder als gevolg van het niet tijdig beslissen op het bezwaar een dwangsom van € 1.442,00 aan eiseres heeft verbeurd;
- bepaalt dat verweerder een dwangsom van € 100,00 verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,00;
- bepaalt dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 49,00 vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 270,50.
M.J.J.M.C. van Schaijk LLB, griffier. De uitspraak is in het openbaar geschied op
11 februari 2022.