Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
Bewijs
1. Proces-verbaal aangifte van [slachtoffer] namens [bedrijf 2] en [benadeelde partij] d.d. 2 februari 2015, opgenomen in het voormeld eind proces-verbaal op p. 258 en 259, zakelijk weergegeven:
2. Proces-verbaal verstrekking gevorderde identificerende gegevens door [verbalisant] d.d. 19 maart 2015, met bijlagen, opgenomen in het voormeld eind proces-verbaal op p. 310, 313, 316, zakelijk weergegeven:
3. Proces-verbaal analyse bankafschriften [rekeningnummer] door [verbalisant] d.d. 9 september 2015 met bijlagen, opgenomen in het voormeld eind proces-verbaal op p. 338, 339 en 341, zakelijk weergegeven:
4. Proces-verbaal analyse schaduwdossier KvK [bedrijf 1] door [verbalisant] d.d. 1 december 2015 met bijlagen, opgenomen in het voormeld eind proces-verbaal op p. 445, 446, 453 en 454:
Het emailbericht van [verdachte] aan [medeverdachte 1] d.d. 14 januari
2015, als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal analyse schaduwdossier KvK [bedrijf 1] door [verbalisant] d.d. 1 december 2015, opgenomen in het voormeld eind proces-verbaal op p. 533 en 534, voor zover inhoudende:
6. proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] d.d. 14 mei 2018, opgenomen in het voormeld eind proces-verbaal op p. 235 en 240, voor zover inhoudende:
7. proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] d.d. 17 september 2018, opgenomen in het voormeld eind proces-verbaal op p.42, 43, 44, 45, 46, voor zover inhoudende:
De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 25 juli 2022, zakelijk weergegeven:
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf,
De vordering van de [benadeelde partij] .
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
De rechtbank:
gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, waarvan
5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren;
€ 446.247,36, bij gebreke van betaling en verhaal kan
gijzelingworden toegepast van maximaal
365 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Voormeld bedrag bestaat uit een vergoeding voor materiële schade. De toegewezen schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 januari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.
toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [benadeelde partij] , van een bedrag van
€ 446.247,36, bestaande uit een vergoeding voor materiële schade. De toegewezen schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 januari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.