ECLI:NL:RBOBR:2022:3402
Rechtbank Oost-Brabant
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te late indiening kindgebonden budget 2012
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag voor het kindgebonden budget over 2012, omdat haar moeder ten onrechte als toeslagpartner werd aangemerkt, waardoor zij destijds geen aanvraag kon indienen.
De Belastingdienst verklaarde het bezwaar eerst niet-ontvankelijk, maar kwalificeerde het later als aanvraag en wees deze af vanwege overschrijding van de aanvraagtermijn tot 1 september 2013. Eiseres maakte vervolgens bezwaar tegen dit besluit, dat uiteindelijk door de Belastingdienst ongegrond werd verklaard.
Eiseres stelde beroep in bij de rechtbank, maar deed dit ruim na het verstrijken van de wettelijke termijn van zes weken. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding, omdat de reden van eiseres enkel was dat zij aanvankelijk moedeloos was en later alsnog beroep instelde.
De rechtbank spoorde de Belastingdienst aan het digitale aanvraagsysteem te controleren en zo nodig aan te passen, omdat het systeem het indienen van de aanvraag destijds niet mogelijk maakte. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening zonder verschoonbare reden.