Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs.
1. Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] van 15 april 2021, inhoudende, voor zover van belang en zakelijk weergegeven (p. 66 t/m 68):
2. Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 11 mei 2021, inclusief bijlage inhoudende, voor zover van belang en zakelijk weergegeven (p. 73, 75 en 76):
3. Een proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] van 15 april 2021, inhoudende, voor zover van belang en zakelijk weergegeven (p. 71):
4. Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] van 8 juli 2021, inclusief bijlage inhoudende, voor zover van belang en zakelijk weergegeven (p. 79 en 80):
5. Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] van 11 mei 2021, inhoudende, voor zover van belang en zakelijk weergegeven (p. 159 t/m 160):
6. Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] van 9 mei 2021, inhoudende, voor zover van belang en zakelijk weergegeven (p. 164):
7. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] van 29 april 2021, inhoudende, voor zover van belang en zakelijk weergegeven (p. 110):
8. Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] van 7 juni 2021, inhoudende, voor zover van belang en zakelijk weergegeven (p. 197 en 199 t/m 200):
9. De eigen waarneming van de rechtbank, gedaan ter terechtzitting van 22 juni 2022, met betrekking tot de op die terechtzitting getoonde camerabeelden:
10. Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] van 11 mei 2021, inhoudende, voor zover van belang en zakelijk weergegeven (p. 167):
11. Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] van 29 april 2021, inclusief fotobijlagen, inhoudende, voor zover van belang en zakelijk weergegeven (p. 120 t/m 122):
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] .
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] .
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
- Een
- Een maatregel van schadevergoeding van € 2.500,- subsidiair 35 dagen gijzeling.Legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 3] , van een bedrag van € 2.500,-, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van maximaal 35 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Voormeld bedrag bestaat uit immateriële schade. De toegewezen schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 april 2021 tot aan de dag der algehele voldoening. Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door zijn mededader is betaald.
- Een maatregel van schadevergoeding van € 4.110,25 subsidiair 51 dagen gijzeling.