ECLI:NL:RBOBR:2022:1941
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening tegen verwijderingsbesluit leerling niet-ontvankelijk wegens gebrekkige vertegenwoordiging
In deze bestuursrechtelijke procedure betreft het een verwijderingsbesluit van een leerling van een openbare basisschool. De ouders van de leerling oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit, maar verschillen van mening over de verwijdering en de inschrijving op speciaal onderwijs.
De vader heeft namens de leerling een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om het verwijderingsbesluit te schorsen. De moeder verzet zich echter niet tegen het besluit en heeft zelfs een verzoek tot vervangende toestemming ingediend bij de familierechter. Hierdoor is niet voldaan aan de wettelijke vereisten voor vertegenwoordiging van de minderjarige in bestuursrechtelijke procedures.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vader alleen niet bevoegd is om het verzoek in te dienen zonder instemming van de moeder, die mede het gezag uitoefent en geen bezwaar maakt. Het verzoek wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. De voorzieningenrechter ziet geen reden om de behandeling aan te houden in afwachting van een beslissing van de familierechter en doet geen inhoudelijke uitspraak over het verwijderingsbesluit.
Tenslotte wordt een proceskostenveroordeling afgewezen en is tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan bevoegdheid van de vader als enige wettelijke vertegenwoordiger.