Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 29 april 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
1.1 Eiseres is gehuwd en heeft twee kinderen die zijn geboren op 30 januari 2014 en 27 november 2011. Beide kinderen gingen in 2020 en 2021 naar een buitenschoolse opvang (bso). Daarvoor ontving eiseres kinderopvangtoeslag. De echtgenoot van eiseres werkt fulltime. Eiseres is sinds 2013 volledig en duurzaam arbeidsongeschikt verklaard, maar werkt wel op twee ochtenden nog 6 uur per week.
Artikel 3, tweede lid, van de TTKZO vermeldt:
“Het eerste lid is niet van toepassing, indien de aanvrager, bedoeld in het eerste lid, of diens partner die tevens ouder is, over de betreffende sluitingsperiode reeds een tegemoetkoming heeft ontvangen op grond van de Tijdelijke tegemoetkomingsregeling KO.”
.Eiseres verzoekt verweerder om haar niet anders te behandelen dan iemand die ook volledig arbeidsongeschikt is verklaard en gebruik maakt van de bso, maar – anders dan eiseres – helemaal niet werkt en dus geen kinderopvangtoeslag aanvraagt. Naar de mening van eiseres is er sprake van een ongelijke behandeling van gelijke gevallen omdat die persoon wel een volledige tegemoetkoming via de TTKZO ontvangt.