ECLI:NL:RBOBR:2022:1201
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Urgentieregeling Huisvestingsverordening Eindhoven niet strijdig met Huisvestingswet
Eiser, die terugkeerde uit Marokko en bij een kennis woont, vroeg op 19 februari 2021 een urgentiebeschikking aan bij de gemeente Eindhoven. Verweerder wees dit verzoek af omdat eiser niet voldeed aan de algemene voorwaarden van de Huisvestingsverordening, met name omdat geen sprake was van een bijzondere noodsituatie buiten verwijtbare schuld en geen medische urgentie was aangetoond.
Eiser stelde dat de Huisvestingsverordening te strikte voorwaarden bevat en in strijd is met de Huisvestingswet en de bedoeling van de wetgever. De rechtbank oordeelde echter dat de urgentieregeling niet in strijd is met de Huisvestingswet, waarbij de wetgever de gemeenteraad de vrijheid geeft om aanvullende categorieën woningzoekenden aan te wijzen.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet behoort tot de in de wet genoemde categorieën en onvoldoende objectieve gegevens had overgelegd om te voldoen aan de voorwaarden van artikel 4 van Pro de Huisvestingsverordening. Ook de toepassing van de hardheidsclausule werd afgewezen omdat eiser deze niet met verifieerbare stukken onderbouwde.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentiebeschikking wordt ongegrond verklaard.