De rechtbank Oost-Brabant heeft op 9 februari 2022 een bevel tot gevangenhouding van verdachte voor de duur van negentig dagen uitgesproken. Dit volgde op een eerder bevel tot bewaring door de rechter-commissaris op 27 januari 2022. De officier van justitie had de gevangenhouding gevorderd en de rechtbank heeft het strafdossier bestudeerd en zowel de verdachte als zijn raadsvrouw gehoord.
De rechtbank constateerde dat de verdenking en ernstige bezwaren, zoals bedoeld in artikel 67a van het Wetboek van Strafvordering, nog steeds aanwezig zijn. Hierbij werd onder meer gewezen op het proces-verbaal van een getuige die verklaarde dat hij 10 tot 15 keer cocaïne bij verdachte had gekocht. De rechtbank vond het strafvorderlijk belang zwaarder wegen dan het persoonlijk belang van de verdachte bij invrijheidstelling.
Daarom werd het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis afgewezen. De rechtbank nam de relevante wetsartikelen in acht en besloot de gevangenhouding te handhaven voor de maximale termijn van negentig dagen. De beslissing werd genomen in raadkamer door drie rechters en de griffier.