Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Het verloop van de procedure.
Standpunten.
- voor de periode ná 2019;
- ten aanzien van andere vennootschappen dan [verdachte 1] en [verdachte 3] ;
- ter zake van de in de vordering genoemde overtredingen van de Warenwet over de partijen chiazaad en spelt, in verband met verjaring.
Beoordeling.
inde periode zoals omschreven in de vordering.
op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 1 augustus 2018 tot en met 23 december 2020 te [pleegplaats1] en/of [pleegplaats2] , althans in Nederland en/of elders in Europa, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), dan wel alleen, (telkens) ten aanzien van eetwaren in strijd met de bij artikel 14, eerste lid van verordening (EG) 178/2002 vastgestelde bepaling( en) heeft/hebben gehandeld, aangezien zij en/of haar mededader(s) (telkens) een of meer partijen levensmiddelen in de handel
heeft/hebben gebracht die onveilig waren.
op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 1 augustus 2018 tot en met 23 december 2020 te [pleegplaats1] en/of [pleegplaats2] , althans in Nederland en/of elders in Europa, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), dan wel alleen, (telkens) ten aanzien van eetwaren in strijd met de bij artikel 19 van Pro verordening (EG) 178/2002 vastgestelde bepaling(en) heeft/hebben gehandeld, aangezien zij en/of haar mededader(s) als exploitant(en) van (een) levensmiddelenbedrijf/-ven, terwijl zij en/of haar mededader( s) van mening was/waren of redenen had( den) om aan te nemen dat (een partij) levensmiddel(en) dat zij en/of haar mededader(s) had(den) ingevoerd, geproduceerd, verwerkt, vervaardigd of gedistribueerd, niet aan de voedselveiligheidsvoorschriften volde(e)d(en), (telkens) niet onmiddellijk de procedures heeft/hebben ingeleid om het (de) betrokken levensmiddel( en) uit de handel te nemen wanneer dit/deze de directe controle van haar/hun levensmiddelenbedrijf/-ven had/hadden verlaten en/of de bevoegde instanties daarvan onverwijld in kennis heeft/hebben gesteld.
- de analyserapporten van [bedrijf 4] d.d. 4 december 2015, 10 februari 2016 en 24 augustus 2016, waaruit volgt dat sprake is van een (forse) overschrijding van de gehaltes aflatoxine in de partij(en) chiazaad (AMB-00061, p. 23, 25, 27 - 28);
- de omstandigheid dat er geen melding ter zake onveilige levensmiddelen is gedaan bij de NVWA naar aanleiding van de afwijkende analyseresultaten (AMB-00061, p. 23, 25 en 28 en DOC-00256);
- de in de vordering genoemde partijen (oorspronkelijke lotnummers LT0040049 1 t/m 5 en/of , LT0050050 2 t/m 4) zijn verkocht aan [bedrijf 2] Inc in de verenigde Staten en [bedrijf 3] in Argentinië met als ‘delivery date’ respectievelijk 9 oktober 2018 en 20 december 2018, waarbij als delivery adres op de laatste factuur een adres in Spanje staat (AMB-00061, p. 24 en DOC-00395 en DOC-00396). Een andere partij (met oorspronkelijk lotnummer LTI000305/6) is verkocht aan [bedrijf 3] in Argentinië met ‘delivery date’ 9 april 2019. (AMB-00061, p. 29 en DOC-00256);
- de uit de binnen de ‘ [bedrijf 1] ’ gewisselde berichten en in de administratie geplaatste opmerkingen naar voren gekomen ‘bedrijfscultuur’ (AMB-00061, p. 10-21)
- de analyserapporten van [bedrijf 4] d.d. 8 januari 2019 waaruit volgt dat een (te hoog gehalte) salmonella is aangetoond in de betreffende partijen levensmiddelen - aangekocht op 24 december 2018 door [verdachte 1] in Uganda (AMB-00061, p. 18-19 en DOC-00428 en DOC-00429);
- De omstandigheid dat er geen melding ter zake onveilige levensmiddelen is gedaan bij de NVWA naar aanleiding van de afwijkende analyseresultaten (AMB-00061, p. 19 en DOC-00256);
- de in de vordering genoemde partijen (met oorspronkelijke lotnummers LTI005173 en LTI005174 zijn verkocht door [verdachte 1] aan [verdachte 3] op 9 oktober 2019 en 30 juli 2019 (AMB-00061, p. 20, DOC-00430, DOC-00431, DOC-00454 en DOC-00455) en door [verdachte 3] aan [bedrijf 5] in Duitsland (AMB-0061, p. 20 en DOC-482);
- de uit de binnen de ‘ [bedrijf 1] ’ gewisselde berichten en in de administratie geplaatste opmerkingen naar voren gekomen ‘bedrijfscultuur’ (AMB-00061, p. 10-21).
op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 1 januari 2015 tot en met 23 december 2020 te [pleegplaats1] en/of [pleegplaats2] , althans in Nederland en/of elders in Europe, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), dan ·wel alleen, al dan niet opzettelijk, (telkens) in strijd met de bij of krachtens artikel 20 van Pro de Regeling diervoeders 2012 aangewezen voorschrift( en), te weten artikel 15 van Pro Verordening (EG) nr. 178/2002, heeft/hebben gehandeld, aangezien zij toen en aldaar (telkens) diervoeders in de handel heeft/hebben gebracht en/of aan voedselproducerende dieren vervoederd, terwijl deze diervoeders onveilig was/waren.
op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 1 januari 2015 tot en met 23 december 2020 te [pleegplaats1] en/of [pleegplaats2] , althans in Nederland en/of elders in Europa, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), dan wel alleen, al dan niet opzettelijk, (telkens) in strijd met de bij of krachtens artikel 24 van Pro de Regeling diervoeders 2012 aangewezen voorschrift(en), te weten artikel 4 van Pro Verordening (EG) 767/2009, heeft/hebben gehandeld, aangezien zij als exploitant(en) van (een) diervoederbedrijf/-ven, toen en aldaar (telkens) diervoeders in de handel heeft/hebben gebracht terwijl dat/die diervoeder(s) niet gezond, deugdelijk, zuiver en/of geschikt voor het beoogde doel en van goede handelskwaliteit was/waren en/of dat/die diervoeder(s) niet geëtiketteerd, verpakt en/of aangeboden werd/werden overeenkomstig de voorschriften van genoemde Verordening en/of andere toepasselijke Gemeenschapswetgeving.
op 23 december 2020 te [pleegplaats1] en/of [pleegplaats2] , althans in Nederland en/of elders in Europa, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), dan wel alleen, al dan niet opzettelijk, (telkens) in strijd met (een) bij of krachtens artikel 13 Regeling Pro diervoeders 2012 aangewezen voorschrift(en), te weten artikel 5 lid 2 van Pro Verordening (EG) nr. 183/2005, heeft/hebben gehandeld, aangezien zij en/of haar medeverdachte(n) nadat zij en/of haar medeverdachte(n) van (een) partij(en) van (een) producten, had( den) verklaard dat deze niet bestemd was/waren voor gebruik in diervoeders, als exploitant in een later stadium van de keten die verklaring( en) achteraf gewijzigd/aangepast, in die zin dat die (voornoemde) partij(en) van de/het product( en) wel bestemd zou( den) zijn voor gebruik in diervoeders.
op dit momentgeen zodanig spoedeisend belang aanwezig is dat onmiddellijk ingrijpen vereist is in de gevorderde, vergaande, vorm. De economische raadkamer zal daarom de vordering van de officier van justitie, gedaan in de zes onderscheiden strafzaken, afwijzen.