ECLI:NL:RBOBR:2021:6607
Rechtbank Oost-Brabant
- Wraking
- H.M.H. de Koning
- I.L.A. Boer
- J.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens misbruik van wrakingsinstrument
De wrakingskamer van de rechtbank Oost-Brabant heeft op 7 december 2021 een wrakingsverzoek van verzoeker behandeld. Dit verzoek betrof de wraking van kantonrechter mr. A.G.M.H. Bennenbroek in een procedure over de afwikkeling van de nalatenschap van de ouders van verzoeker.
De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 5, tweede lid, aanhef en onder g, van het wrakingsprotocol van de rechtbank Oost-Brabant, een wrakingsverzoek zonder behandeling niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien eerder is bepaald dat een volgend wrakingsverzoek wegens misbruik niet in behandeling wordt genomen. Een eerdere beslissing van 11 juni 2020 (zaaknummer WR 20/010) had reeds bepaald dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker niet in behandeling zou worden genomen.
Hoewel het huidige wrakingsverzoek een eigen kenmerk heeft, heeft het betrekking op dezelfde procedure als het eerdere verzoek. Daarom werd het verzoek aangemerkt als een volgend wrakingsverzoek in de zin van het wrakingsprotocol en niet in behandeling genomen.
De rechtbank wees verzoeker tevens op artikel 5, derde lid, van het wrakingsprotocol, waarin is bepaald dat de rechter kan besluiten een wrakingsverzoek niet aan de wrakingskamer voor te leggen indien sprake is van de genoemde omstandigheden.
De beslissing werd genomen door de meervoudige wrakingskamer bestaande uit voorzitter H.M.H. de Koning en leden I.L.A. Boer en J.J. Jansen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van het wrakingsinstrument.