Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 december 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant, verweerder
Procesverloop
€ 291.000. In dit geschrift is tevens de aanslag onroerende-zaakbelastingen (OZB) voor het kalenderjaar 2020 bekend gemaakt.
12 augustus 2021. De zitting vond - na overleg met partijen - plaats op twee verschillende momenten in verband met een verbindingsprobleem. Eiser heeft zich digitaal laten vertegenwoordigen door [naam] , kantoorgenoot van eisers gemachtigde. Verweerders gemachtigden waren fysiek aanwezig op de rechtbank. Met partijen is afgesproken dat zij schriftelijk mogen reageren op het standpunt van de tegenpartij zoals weergegeven in het proces-verbaal van de zitting.
25 augustus 2021 inhoudelijk gereageerd op het proces-verbaal van de zitting.
Overwegingen
Geschil en beoordeling
In 2014 is door eiser na aandringen van verweerder (weliswaar telefonisch) een reactie gegeven en informatie verstrekt ten aanzien van de kwaliteit en het onderhoud van de woning, maar is, naar nu is gebleken, door eiser onjuiste informatie verstrekt. Verweerder weet bijvoorbeeld inmiddels sinds 2 december 2020 dat de badkamer helemaal niet is vervangen in 2014. Dit in tegenstelling tot de afgegeven verklaring door eiser in 2014. Dit is ook in 2020 in de bezwaarfase niet aan het licht gekomen. Eerst in de beroepsfase werd dit duidelijk. Specifiek deze nieuwe informatie heeft tot het nu gesloten compromis over de waarde voor 2020 geleid.
‘Kenmerken zijn gecontroleerd, ook geen bijzonderheden mbt de verkoop. Ik heb de belanghebbende zojuist telefonisch gesproken. Na aankoop nieuwe vloeren in diverse ruimten en volledig gesaust en een nieuwe badkamer. Daarom kw en oh op 4 gezet. Voor 2015, zeker gelet op eigen aankoopcijfer. PMA formulier wordt nog ingestuurd. Is overigens niet verkocht in verhuurde staat.’
.Wat eiser verder heeft aangevoerd kan niet tot een andere uitkomst leiden.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de bestreden uitspraak voor zover deze de WOZ-waarde betreft;
- stelt de waarde van de woning [adres] te [woonplaats] , per waardepeildatum 1 januari 2019, voor het kalenderjaar 2020, vast op € 271.000 en vermindert de daarop gebaseerde aanslag OZB dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 48 aan eiser te vergoeden.