Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Stichting Bijzonder Jeugdwerk,
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Het verweer
5.De beoordeling
Stcrt.2015/12685) zijn daarvoor nadere regels gesteld (Ontslagregeling).
Rechtbank Oost-Brabant
Stichting Bijzonder Jeugdwerk (BJ) verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een jongerenwerker die sinds maart 2020 gedetineerd is na een veroordeling voor zware mishandeling en medeplegen van vrijheidsberoving. BJ stelt dat de langdurige detentie en de aard van de misdrijven een ernstige vertrouwensbreuk veroorzaken, waardoor voortzetting van het dienstverband onredelijk is. De werknemer voert aan dat hij een voorbeeldfunctie vervulde, geen incidenten kende in 11 jaar dienstverband, en dat terugkeer gewenst is door jongeren en buurtbewoners.
De kantonrechter overweegt dat detentie niet altijd tot ontbinding leidt, maar in dit geval rechtvaardigen de omstandigheden de ontbinding. De werknemer kan zijn verplichtingen langdurig niet nakomen, en zijn veroordeling schaadt de geloofwaardigheid en functie als rolmodel. Ook het ontbreken van een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) is relevant. Herplaatsing is niet mogelijk.
De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van de uitspraakdatum, en de werknemer krijgt geen transitievergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen. De werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van de uitspraakdatum zonder toekenning van transitievergoeding vanwege ernstig verwijtbaar handelen.