Verzoeker, voormalig wethouder van de gemeente Someren, stelt dat het onderzoeksbureau onrechtmatig heeft gehandeld bij het opstellen van een integriteitsrapport over zijn handelen. Hij vordert een voorlopig getuigenverhoor om de verklaringen van betrokken ambtenaren en onderzoekers te horen ter onderbouwing van zijn standpunt.
Het onderzoeksbureau en de gemeente voeren verweer dat verzoeker geen belang heeft bij het getuigenverhoor, dat het verzoek een 'fishing expedition' betreft, en dat vertrouwelijkheid van verklaringen een zwaarwegend belang vormt. De rechtbank oordeelt dat verzoeker voldoende concreet heeft gemaakt welke feiten hij wil onderzoeken en dat het belang van waarheidsvinding prevaleert boven het vertrouwelijkheidsbelang.
De rechtbank wijst het verzoek toe, benoemt een rechter-commissaris, en bepaalt dat het getuigenverhoor niet per definitie achter gesloten deuren hoeft plaats te vinden. Verzoeker moet binnen 14 dagen de beschikbaarheid van partijen en getuigen opgeven.