Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
2.De beoordeling
Hierbij wraak ik de onderstaande rechter,
4.De beslissing
geenvoorziening open
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen een rechter die betrokken was bij de behandeling van zijn verzet tegen een dwangbevel van het CJIB. Het verzoek bevatte uitsluitend veronderstellingen en suggesties over corruptie binnen de rechtspraak, zonder concrete feiten die een vooringenomenheid van de rechter konden onderbouwen.
De rechtbank oordeelde dat een wrakingsgrond moet zijn gebaseerd op feiten of omstandigheden die de persoon van de rechter betreffen en dat een algemeen gebrek aan onafhankelijkheid of vermeende corruptie van de rechtspraak geen geldige grond voor wraking vormt. Omdat verzoeker niet had gemotiveerd waarom de rechter onvoldoende onafhankelijk zou zijn, werd het verzoek kennelijk ongegrond verklaard.
De rechtbank besloot de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek achterwege te laten en het verzoek tot wraking af te wijzen. Tegen deze beslissing staat geen voorziening open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen wegens het ontbreken van concrete feiten die vooringenomenheid van de rechter aantonen.