Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
De beoordeling van het ten laste gelegde.
- 1.276,35 euro op 23 december 2011 te Zwitserland inzake een bedrag in [naam bar 1] ;
- 800 euro op 11 december 2012 te Amsterdam inzake een bedrag voor de huwelijkslunch van de dochter van verdachte;
- 1.124,50 euro op 19 en 21 augustus 2013 te Den Haag voor kleding van verdachte;
- 717,21 euro op 1 en 24 mei 2015 inzake een reis naar Mallorca;
- 1.704,29 euro op 15 juli 2015 in Kopenhagen, betreffende geldopnames die niet gebruikt zijn voor zakelijke doeleinden.
4e gedachtestreepje: betalingen in Kiev in de periode 13 – 15 maart 2015
6e gedachtestreepje: betalingen in Sofia op 24 en 25 juni 2015
Gedeeltelijke vrijspraak t.a.v. feit 1
- (de tegenwaarde van) 1.108,32 euro in totaal op 21, 22 en 24 december 2011 te Zwitserland;
- (de tegenwaarde van) 605,52 euro in totaal op 19 en 20 januari 2016 in Kopenhagen.
Standpunt van de verdediging
Wederrechtelijkheid
toe-eigening
Geen opzet op wederrechtelijke toe-eigening vanwege terugbetalingen?
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
spreekt verdachte vrij van het onder 2 ten laste gelegde feit;
feit 1 bewezenzoals hiervoor is omschreven;
legt op de volgende straf
taakstrafvoor de duur van 160 uren subsidiair 80 dagen hechtenis