ECLI:NL:RBOBR:2021:5485
Rechtbank Oost-Brabant
- Wraking
- H.M.H. de Koning
- J.A. Brunt
- J.O.Y. Elagab
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak voorlopige hechtenis
Verzoeker, verdachte in een strafzaak, diende een wrakingsverzoek in tegen drie rechters van de rechtbank Oost-Brabant nadat zijn verzoek tot opheffing of schorsing van voorlopige hechtenis was afgewezen. Het wrakingsverzoek betrof vermeende vooringenomenheid van de rechters.
De wrakingskamer oordeelde dat een wrakingsverzoek slechts tijdig kan worden ingediend zolang de rechter nog betrokken is bij de behandeling van de zaak. Omdat de rechters reeds een einduitspraak hadden gedaan, was het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk. De kamer benadrukte dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen inhoudt dat een rechterlijke beslissing zelf geen grond kan vormen voor wraking.
De wrakingskamer heeft daarom het verzoek niet inhoudelijk beoordeeld en het verzoeker niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze beslissing staat een voorziening open.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat de rechters reeds een einduitspraak hadden gedaan.