ECLI:NL:RBOBR:2021:5222
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens hennepkwekerij en drugsbezit
Verzoekster woont in een woning die door de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet voor drie maanden werd gesloten vanwege de aanwezigheid van een hennepkwekerij en aanzienlijke hoeveelheden hard- en softdrugs. Na bezwaar en beroep tegen deze besluiten vroeg verzoekster een voorlopige voorziening om de sluiting te schorsen.
De burgemeester beriep zich op de bevoegdheid tot sluiting van de woning om het woon- en leefklimaat te beschermen en de openbare orde te herstellen, mede vanwege de ligging in een kwetsbare wijk en eerdere betrokkenheid van een familielid bij drugshandel. De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was, maar twijfelde aan de evenredigheid van de sluiting gezien de ernstige medische en psychische situatie van verzoekster, waaronder recente suïcidepogingen en de woning als enige stabiele factor in haar leven.
De voorzieningenrechter vond dat de burgemeester onvoldoende had gemotiveerd waarom sluiting ondanks deze bijzondere omstandigheden evenredig was. Gezien de belangenafweging woog het belang van verzoekster, mede vanwege haar gezondheid, zwaarder dan het belang van de burgemeester bij onmiddellijke sluiting. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen en de sluiting opgeschort tot zes weken na de uitspraak op het beroep.
De burgemeester werd tevens veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekster. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 1 oktober 2021 door voorzieningenrechter M.H. Dworakowski-Kelders.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de sluiting van de woning wordt geschorst vanwege onvoldoende motivering van de burgemeester omtrent de evenredigheid gezien de medische situatie van verzoekster.