ECLI:NL:RBOBR:2021:4702
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij handhaving vlechthaag
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het waterschap Aa en Maas om geen omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen en behouden van een vlechthaag binnen de beschermingszone van een A-watergang. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen spoedeisend belang is, omdat er nog geen definitief handhavingsbesluit is genomen en verzoekster tot 3 januari 2022 de gelegenheid heeft om de heg te verwijderen, te verplaatsen of in overleg tot een oplossing te komen. Hierdoor dreigt geen onomkeerbare situatie.
De rechtbank adviseert verzoekster om met de provincie en het waterschap overleg te plegen over het onderhoud van de sloot en wijst erop dat verweerder in de bezwaarprocedure rekening moet houden met de bijzondere omstandigheden. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.