ECLI:NL:RBOBR:2021:4265
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van dwang bij verkrachting in kapsalon
Op 13 november 2018 vond in een kapsalon te Veldhoven een incident plaats waarbij verdachte meerdere seksuele handelingen met aangeefster verrichtte. Aangeefster deed op 14 november 2018 melding van verkrachting. Verdachte erkende de seksuele handelingen, maar stelde dat deze met wederzijdse instemming plaatsvonden in een flirterige sfeer.
De rechtbank nam verklaringen van aangeefster en getuigen in overweging. Aangeefster gaf aan zich te hebben verzet en de handelingen niet te willen, terwijl getuigen een gemoedelijke sfeer bevestigden. Verdachte ontkende dat hem duidelijk was dat aangeefster niet instemde. DNA-sporen bevestigden de seksuele handelingen.
De kernvraag was of sprake was van dwang in de zin van artikel 242 Sr Pro. De rechtbank concludeerde dat onvoldoende bewijs bestond dat verdachte de vereiste dwang heeft uitgeoefend. Hoewel aangeefster de handelingen als tegen haar wil beschouwde, kon niet worden uitgesloten dat verdachte dit niet wist. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van verkrachting.
De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd afgewezen wegens de vrijspraak. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van de vereiste dwang bij verkrachting.