Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
Het standpunt van de officier van justitie.
Het standpunt van de verdediging.
Vrijspraak.
DE UITSPRAAK
spreekt hem daarvan vrij.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
Verdachte was als docent werkzaam aan de scholengemeenschap waar het slachtoffer haar opleiding volgde. In de periode waarin het slachtoffer minderjarig was, hadden zij met wederzijds goedvinden seksuele contacten. De officier van justitie stelde dat het slachtoffer aan de opleiding en zorg van verdachte was toevertrouwd, waardoor het ten laste gelegde feit strafbaar was volgens artikel 249 Sr Pro.
De rechtbank onderzocht of sprake was van een toevertrouwingsrelatie zoals bedoeld in artikel 249 Sr Pro. Uit het dossier en de zitting bleek dat verdachte in de tenlastegelegde periode geen docent of mentor van het slachtoffer was en ook niet de vertrouwenspersoon. Het slachtoffer had een vertrouwensband met een andere docent, die ook de thuissituatie van het slachtoffer kende.
Verder was het slachtoffer bijna 18 jaar oud, had zij eerder seksuele ervaringen en was het contact met verdachte wederzijds instemmend. De rechtbank concludeerde dat er geen sprake was van een afhankelijkheidsrelatie die het wettelijk bestanddeel van artikel 249 Sr Pro vervulde.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastegelegde ontucht. De rechtbank achtte niet wettig en overtuigend bewezen dat het slachtoffer aan de zorg, opleiding of waakzaamheid van verdachte was toevertrouwd in de zin van artikel 249 Sr Pro.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat niet wettig en overtuigend bewezen is dat het slachtoffer aan zijn zorg was toevertrouwd.