Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs.
roces-verbaal van bevindingen (p. 61 - 62). Voor zover inhoudende:
Rechtbank Oost-Brabant
Op 6 april 2020 heeft verdachte het slachtoffer bij haar werk benaderd, haar vastgepakt en tegen haar wil in een auto geduwd waar zij urenlang werd vastgehouden. Tijdens deze periode probeerde verdachte het slachtoffer te verkrachten door haar kleding uit te trekken en haar benen met kracht uit elkaar te duwen, terwijl hij de woorden 'nu gaan we seks hebben' uitsprak. Een getuige zag het slachtoffer huilend en half ontkleed in de auto zitten.
De rechtbank achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen op basis van verklaringen van het slachtoffer, getuigenverklaringen, politieobservaties, camerabeelden en chatberichten waarin de broer van verdachte druk uitoefende op het slachtoffer om haar aangifte in te trekken. Verdachte heeft ook zelf via gesprekken en tapgesprekken geprobeerd het slachtoffer te beïnvloeden haar verklaring te wijzigen.
De rechtbank verwierp het verweer van de verdediging dat het slachtoffer vrijwillig bij verdachte was en dat er geen sprake was van wederrechtelijke vrijheidsberoving. De poging tot verkrachting werd als een begin van uitvoering van het misdrijf beoordeeld en niet slechts als voorbereiding.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 24 maanden op, waarbij zij rekening hield met de ernst van de feiten, de impact op het slachtoffer en het feit dat verdachte de gevolgen van zijn handelen moet ondervinden. De beïnvloeding van het slachtoffer om haar aangifte in te trekken werd eveneens als strafbaar feit aangemerkt.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Brabant op 24 juni 2021.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf voor wederrechtelijke vrijheidsberoving, poging tot verkrachting en beïnvloeding van het slachtoffer.