Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs ten aanzien van feit 2 subsidiair, feit 2 meer subsidiair.
Overwegingen van de rechtbank.
geen behoorlijke en effectieve gelegenheid heeft om het door artikel 6 lid Pro 3, onder d, EVRM gewaarborgde ondervragingsrecht uit te oefenen, een veroordeling van de verdachte desondanks in overeenstemming kan zijn met de eisen van een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro. Bepalend is daarvoor, zo komt in de rechtspraak van het EHRM naar voren, de uiteindelijke evaluatie van ‘the overall fairness of the trial’.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
gevangenisstraf voor de duur van 8 maandenmet aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht.