ECLI:NL:RBOBR:2021:1511
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen aanwezig hebben van delen hennepplanten met voorwaardelijke straf
De rechtbank Oost-Brabant heeft op 2 april 2021 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen van het aanwezig hebben van delen van hennepplanten en diefstal van elektriciteit. De hennepkwekerij was niet in werking ten tijde van de ontdekking, waarbij afgeknipte steeltjes en resten van hennepplanten werden aangetroffen. Medeverdachte verklaarde dat verdachte verantwoordelijk was voor de aanvoer en afvoer van planten en oogst.
De rechtbank oordeelde dat het telen en oogsten buiten de ten laste gelegde periode plaatsvond, waardoor verdachte vrijgesproken werd van het telen en de diefstal van elektriciteit. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte samen met medeverdachte de delen van hennepplanten aanwezig had in de woning, waarmee sprake was van medeplegen.
De strafbepaling hield rekening met de ernst van het feit, de initiërende rol van verdachte, zijn eerdere veroordelingen en positieve ontwikkelingen. De rechtbank legde een taakstraf van 90 uren op, subsidiair 45 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken met een proeftijd van 2 jaar en bijzondere voorwaarden, waaronder reclasseringstoezicht en behandeling.
Verdachte werd vrijgesproken van de elektriciteitsdiefstal. De opgelegde straf weerspiegelt de ernst van het bewezen verklaarde en houdt rekening met persoonlijke omstandigheden en recidivepreventie.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld voor medeplegen van aanwezig hebben van delen hennepplanten met taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf, vrijgesproken van elektriciteitsdiefstal.