Uitspraak
1.De procedure
2.Het verzoek en het verweer
Ik was aan het woord. U kunt reageren zodra ik u het woord geef”. Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker de rechter gewraakt.
Rechtbank Oost-Brabant
De wrakingskamer van de rechtbank Oost-Brabant behandelde het verzoek van een partij om mr. Ch. Dunnewijk te wraken wegens vermeende vooringenomenheid tijdens een civiele procedure. Verzoeker stelde dat de rechter onpartijdigheid had geschonden door het accepteren van een processtuk zonder debat en door een negatieve houding tijdens de zitting.
De wrakingskamer heeft het verzoek getoetst aan de wettelijke normen van artikel 36 en Pro 37 Rv, waarbij het uitgangspunt is dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn. Een negatieve processuele beslissing vormt op zichzelf geen grond voor wraking, tenzij deze zo onbegrijpelijk is dat alleen vooringenomenheid deze kan verklaren. Dit was niet het geval.
Verder werd het wrakingsverzoek deels gebaseerd op een opmerking van de rechter over het optreden van verzoeker als partij en advocaat, maar deze omstandigheid was te laat ingebracht en onvoldoende onderbouwd. Ook klachten over de wijze van bejegening zijn niet geschikt voor wraking maar kunnen via een klacht bij het gerechtsbestuur worden ingediend.
Omdat geen concrete feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die wijzen op vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor, wees de wrakingskamer het verzoek af. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens gebrek aan concrete aanwijzingen voor vooringenomenheid.