ECLI:NL:RBOBR:2020:6968
Rechtbank Oost-Brabant
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter bij verlenging ondertoezichtstelling
De Stichting Jeugdbescherming Brabant verzocht om verlenging van een ondertoezichtstelling (OTS) van de kinderen van verzoeker. Tijdens de telefonische zitting op 30 april 2020 mocht verzoeker geen mondelinge verzoeken indienen, wat hij als onrechtvaardig en vijandig ervaarde. Hij diende daarom een wrakingsverzoek in tegen de rechter.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 36 en Pro 37 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De kamer stelde vast dat het niet toestaan van mondelinge verzoeken een processuele beslissing is die op zichzelf geen grond voor wraking vormt, ook niet als deze als onjuist wordt ervaren. Daarnaast was er geen bewijs dat de rechter vooringenomen was of dat de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd was.
De opmerkingen van de rechter over het naleven van de contactregeling werden als voorlichtend en niet als vijandig beoordeeld. De wrakingskamer concludeerde dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een vermoeden van partijdigheid rechtvaardigen. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs voor vooringenomenheid.