Uitspraak
1.Procesverloop
- het schriftelijk wrakingsverzoek met bijlagen van 10 april 2020;
- de schriftelijke reactie van de rechter van 1 mei 2020;
- de eerste schriftelijke aanvulling met bijlagen van 2 mei 2020 op het hiervoor genoemde wrakingsverzoek;
- de tweede schriftelijke aanvulling met bijlagen bij e-mail van 9 mei 2020 op het hiervoor genoemde wrakingsverzoek;
- de derde schriftelijke aanvulling met bijlagen bij e-mail van 25 mei 2020 op het hiervoor genoemde wrakingsverzoek;
- het dossier in de hiervoor genoemde hoofdzaak onder nummer [nummer] .
2.Het verzoek en het verweer
- op 2 april 2020 heeft de rechter tussenbeschikkingen gewezen in de zaken tussen vereffenaar [naam] en verzoeker (kenmerken [nummer] , [nummer] en [nummer] ). Deze beslissingen zijn onderling tegenstrijdig en in strijd met wat in die zaken ter zitting is besproken of zijn in strijd met de inhoud van de overgelegde processtukken. Daardoor heeft de rechter valsheid in geschrifte gepleegd;
- het proces-verbaal van 22 januari 2020 komt niet overeen met het verhandelde ter zitting. Er is informatie weggelaten en onderdelen zijn onjuist;
- griffier [naam] is ten onrechte betrokken geweest bij de totstandkoming van de drie hiervoor genoemde beslissingen. Zijn betrokkenheid bij de beslissingen is bovendien onzichtbaar gemaakt; in de procedures met de kenmerk [nummer] , [nummer] en [nummer] zijn onwaarheden opgenomen en is het recht opzettelijk geschonden en is de verstrekking van bewijsmateriaal verzwegen, hetgeen in al die procedures tot onrechtmatige en onjuiste beslissingen heeft geleid, waaronder de proceskostenveroordelingen;
- de rechter weigert de zaak op eenvoudige wijze op te lossen door de woning uit de boedel toe te delen aan verzoeker;
- de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien met de nog onverkort van kracht zijnde feiten en omstandigheden die ten grondslag zijn gelegd aan een eerder op 24 september 2019 gedaan wrakingsverzoek van de rechter [WR 19/030].